RECEPT 7# – De ballen hoeven niet allemaal in de lucht te blijven
Jarenlang probeerde Janine alle ballen tegelijk in de lucht te houden.
Op haar werk wilde ze goed functioneren. Thuis wilde ze een goede partner en moeder zijn. Ze wilde er zijn voor haar dochter, haar huishouden op orde houden, afspraken nakomen en vooral niemand teleurstellen.
Ze was gewend geraakt aan doorgaan.
Nog even dit afmaken.
Nog even die afspraak.
Nog even snel boodschappen doen.
Nog even reageren op die mail.
Ze dacht dat het erbij hoorde.
06.15 uur
De wekker gaat.
Janine heeft slecht geslapen. Haar jongste was vannacht wakker en ergens tussen twee en vier uur heeft ze geprobeerd opnieuw in slaap te komen.
Ze blijft nog even liggen.
Maar dan denkt ze aan haar werk.
Die presentatie moet vandaag af.
Ze staat op.
Kinderen wakker maken. Brood smeren. Gymtas zoeken. Een kind dat zijn schoenen niet aan wil. Nog snel een was in de machine.
Haar partner vraagt:
“Kun jij vanmiddag de kinderen ophalen? Ik moet langer blijven.”
Janine zegt automatisch:
“Ja, is goed.”
Terwijl ze eigenlijk denkt:
Hoe dan?
07.45 uur
De jongste moet naar de crèche.
Janine kijkt op de klok.
Te laat.
Ze loopt sneller.
Bij de crèche begint haar dochter te huilen.
“Mama, blijf nog even.”
Janine kijkt opnieuw naar de tijd.
Ze voelt haar keel dichtknijpen.
Ze moet naar haar werk.
“Lieverd, mama moet echt gaan.”
Haar dochter houdt haar stevig vast.
Janine maakt zich los.
Buiten loopt ze naar haar auto.
Ze voelt zich verschrikkelijk.
En tegelijk denkt ze:
Ik kan hier nu niet bij stilstaan. Ik moet naar mijn werk.
Op haar werk
Om 08.30 uur zit Janine achter haar computer.
Een collega vraagt:
“Kun jij deze mail nog even oppakken?”
“Ja hoor.”
Daarna komt haar leidinggevende.
“Janine, zou jij die presentatie vanmiddag kunnen doen?”
“Ja, natuurlijk.”
Op haar scherm verschijnen ondertussen twaalf nieuwe e-mails.
Haar telefoon trilt.
Een bericht van de crèche.
Een bericht van haar partner.
Een appje van haar moeder.
En dan belt een vriendin:
“Zeg, kunnen we binnenkort eindelijk eens afspreken?”
Janine zegt:
“Ja gezellig!”
Ze legt de telefoon neer.
En denkt:
Wanneer dan?
Thuis gaat het gewoon door
Aan het einde van de middag haalt Janine de kinderen op.
Thuis moet er gekookt worden.
Huiswerk. Tafel dekken. Was ophangen. Een kind huilt. De ander wil nog televisie kijken.
Haar partner komt later thuis dan afgesproken.
Janine zegt:
“Kun jij voortaan niet wat eerder laten weten dat je later bent?”
Haar partner reageert:
“Ik kon er echt niets aan doen.”
En ineens hebben ze ruzie.
Niet over vandaag.
Maar over alles wat zich de afgelopen maanden heeft opgestapeld.
Later, als de kinderen slapen, ruimt Janine de keuken op.
Haar partner zegt:
“Ga toch lekker zitten.”
Janine antwoordt:
“Dat kan ik niet. Er moet nog zoveel gebeuren.”
Maar eigenlijk weet ze niet eens meer wat er allemaal moet gebeuren.
Het lichaam begint mee te praten
De weken daarna wordt het erger.
Janine is voortdurend moe.
Ze slaapt, maar wordt niet uitgerust wakker.
Ze kan zich steeds moeilijker concentreren.
Een simpele mail lezen kost moeite.
Ze vergeet afspraken.
Ze raakt sneller geïrriteerd.
Soms zit ze in de auto voor haar huis en blijft ze gewoon zitten.
Motor uit.
Handen op het stuur.
Geen zin om naar binnen te gaan.
Niet omdat ze haar gezin niet wil zien.
Maar omdat ze even helemaal niets meer kan verdragen.
En dan komt de gedachte:
“Wat is er toch met mij aan de hand?”
De huisarts
Janine maakt een afspraak met de huisarts.
Ze vertelt dat ze ontzettend moe is, slecht slaapt en zich opgejaagd voelt.
Er wordt onderzoek gedaan. Er komt geen duidelijke medische verklaring uit.
De huisarts zegt:
“Probeer wat meer leuke dingen te doen en wat rust te nemen.”
Janine knikt.
Ze gaat naar huis.
Maar onderweg denkt ze:
Wanneer moet ik dat dan doen?
Want zelfs rust voelt inmiddels als iets wat ze moet organiseren.
Dan valt het kwartje
Een paar weken later zit Janine huilend aan de keukentafel.
Haar partner zit tegenover haar.
Ook hij is uitgeput.
Ze kijken elkaar aan.
En voor het eerst spreken ze hardop uit wat ze allebei al een tijdje voelen:
“Zo kunnen we niet verder.”
Niet omdat hun relatie slecht is.
Niet omdat ze hun kinderen niet leuk vinden.
Niet omdat ze hun werk per se willen opgeven.
Maar omdat hun leven voortdurend op aan staat.
Ze hebben jarenlang geprobeerd alle ballen in de lucht te houden.
Werk.
Kinderen.
Huishouden.
Familie.
Sociale contacten.
Financiën.
Verwachtingen.
En ondertussen zichzelf.
Alleen die laatste bal bleek steeds kleiner te worden.
“Wat moet ik doen om hiervan af te komen?”
Dat is de vraag waarmee Janine bij Wandelogie terechtkomt.
Ze verwacht misschien een oplossing. Een stappenplan. Een manier om snel weer de oude te worden.
Maar tijdens de eerste wandeling gebeurt er iets anders.
We lopen.
Niet snel.
Geen sportieve wandeling.
Geen prestatiedoel.
Gewoon lopen.
Na een tijdje wordt het stiller.
Janine hoeft even niemand te helpen.
Niemand belt haar.
Niemand vraagt iets van haar.
Ze merkt hoe gespannen haar schouders zijn.
En dan zegt ze:
“Ik ben eigenlijk al jaren aan het zorgen dat iedereen het goed heeft.”
Ze loopt een stukje verder.
“Maar ik heb nooit gevraagd of het met míj eigenlijk wel goed ging.”
Dat is een belangrijk moment.
Niet omdat daarmee alles is opgelost.
Maar omdat Janine begint te zien dat haar probleem niet alleen haar vermoeidheid is.
Het gaat ook over hoe ze al jaren met verantwoordelijkheid omgaat.
De eerste vraag is daarom niet:
Maar:
Tijdens de wandeling onderzoeken we bijvoorbeeld:
- Waar zegt Janine automatisch ja?
- Welke verantwoordelijkheden neemt ze over van anderen?
- Waar stelt ze haar eigen grenzen steeds uit?
- Wat verwacht ze eigenlijk van zichzelf?
- Welke dingen moeten écht?
- Welke dingen denkt ze dat moeten?
- Waar krijgt ze energie van?
- Wanneer heeft ze voor het laatst iets gedaan zonder dat het nuttig, verstandig of nodig hoefde te zijn?
Wandelogie – een eerste kleine stap
Janine krijgt geen opdracht om haar hele leven om te gooien.
Ze begint klein.
Deze week hoeft ze niet alle ballen te laten vallen.
Ze kiest er één.
Een avond waarop ze normaal nog allerlei dingen regelt, doet ze niets.
Geen administratie.
Geen werkmail.
Geen huishoudelijke klusjes.
Ze gaat twintig minuten wandelen.
Zonder doel.
Zonder telefoon in haar hand.
En onderweg stelt ze zichzelf één vraag:
Die vraag blijkt belangrijker dan ze had verwacht.
Want soms zit het probleem niet alleen in hoeveel je doet.
Maar ook in het idee dat jij degene moet zijn die alles doet.
Reflectie na je wandeling
1. Hier loop ik op leeg:
............................................................
2. Dit probeer ik al veel te lang vol te houden:
............................................................
3. Deze ene bal mag ik voorlopig neerleggen:
............................................................
4. Wat zou er gebeuren als ik niet alles zelf hoef te dragen?
............................................................
Een andere manier van kijken
Janine leerde uiteindelijk dat haar burn-out niet betekende dat ze had gefaald.
Haar lichaam en hoofd konden niet onbeperkt blijven doorgaan op dezelfde manier.
Ze hoefde niet terug naar de vrouw die alle ballen tegelijk in de lucht hield.
Ze mocht ontdekken wie ze was zonder al die ballen.
Soms is de eerste stap naar herstel:
En daarna nog één.
Wandelogie – een wandeling met een andere blik
In Wandelogie gebruiken we de natuur en het wandelen om letterlijk en figuurlijk ruimte te creëren.
Niet om een burn-out “even weg te wandelen”, maar om stil te staan bij de patronen, keuzes en verantwoordelijkheden die eraan kunnen bijdragen dat je steeds over je eigen grenzen heen gaat.
Want soms begint veranderen niet met harder werken aan jezelf.

