
RECEPT 1
RECEPT 1#
Jan merkt dat hij de laatste tijd sneller geïrriteerd raakt.
Thuis kan zijn partner soms maar weinig zeggen of doen voordat hij kortaf reageert. Een vraag die vroeger geen probleem was, voelt ineens als te veel. Als de kinderen lawaai maken, kan hij daar nauwelijks meer tegen.
En wanneer iemand op zijn werk voor de zoveelste keer met een vraag bij hem komt, schiet hij sneller uit zijn slof.
Achteraf heeft Jan daar vaak spijt van.
“Zo ben ik helemaal niet,” zegt hij.
Toch gebeurt het steeds vaker.
Ook op het werk
Ook op zijn werk begint het op te vallen. Collega's merken dat Jan minder geduld heeft. Hij reageert korter in gesprekken en kan zich ergeren aan kleine dingen.
Een collega die iets opnieuw uitlegt, krijgt een zucht. Een overleg dat uitloopt, maakt hem zichtbaar boos.
Jan begrijpt het zelf eigenlijk niet goed.
Hij heeft toch niet méér werk dan anders?
Hij doet toch gewoon wat hij altijd doet?
Maar er is meer aan de hand
Wanneer we er tijdens een Wandelogie-gesprek rustig over praten, blijkt dat het korte lontje niet op zichzelf staat.
Jan slaapt minder goed.
Hij staat 's morgens al moe op en heeft steeds vaker het gevoel dat zijn hoofd meteen begint te draaien. Op zijn werk is hij voortdurend bezig met wat nog moet gebeuren.
Thuis lukt het hem steeds moeilijker om werkelijk tot rust te komen.
Zelfs wanneer hij op de bank zit, is hij in gedachten nog met zijn werk bezig.
Zijn telefoon ligt binnen handbereik.
Zijn hoofd staat nooit helemaal uit.
“Eigenlijk ben ik de hele dag aan het doorgaan.”
Het lontje is niet het probleem
We bespreken dat zijn irritatie misschien niet het belangrijkste probleem is.
Het korte lontje kan ook een signaal zijn.
Een signaal dat zijn draagkracht kleiner wordt terwijl de druk hetzelfde blijft of groter wordt.
Wanneer je langere tijd veel van jezelf vraagt, kan je tolerantie afnemen. Dingen die je normaal gemakkelijk kunt hebben, worden ineens irritant.
Dat betekent niet automatisch dat iemand een burn-out heeft.
Maar het kan wel een waarschuwing zijn dat het tijd wordt om serieus te kijken naar wat er gebeurt.
We gaan wandelen
We spreken af om niet alleen over Jans situatie te praten, maar er letterlijk mee naar buiten te gaan.
Tijdens het wandelen hoeft Jan niet voortdurend oogcontact te maken. Hij kijkt naar het pad, naar de bomen en naar wat er om hem heen gebeurt.
In het begin praat hij vooral over zijn werk.
De druk. De verantwoordelijkheid. De collega's die volgens hem steeds meer van hem vragen.
Maar na een tijdje verandert het gesprek.
“Wanneer had je voor het laatst het gevoel dat je echt vrij was van alles wat moest?”
Jan blijft even stil.
Hij weet het antwoord eigenlijk niet.
Van irritatie naar inzicht
We lopen verder.
Langzaam komen andere onderwerpen naar boven.
Jan vertelt dat hij al maanden nauwelijks tijd neemt voor zichzelf. Dat hij zijn sport heeft laten schieten. Dat hij vaak afspraken afzegt omdat hij “geen energie” heeft.
Hij heeft zichzelf steeds verteld dat het tijdelijk was.
Nog even volhouden. Nog even deze drukke periode. Daarna wordt het wel rustiger.
Maar die rustige periode kwam niet.
Een andere vraag
Tijdens de wandeling stellen we daarom niet alleen de vraag:
“Hoe krijg ik mijn korte lontje weer onder controle?”
We stellen een andere vraag:
“Wat maakt dat je lontje steeds korter wordt?”
Dat blijkt een veel interessantere vraag.
Jan ontdekt dat hij al langere tijd weinig ruimte heeft tussen wat er van hem wordt gevraagd en wat hij daadwerkelijk aankan.
Kleine veranderingen
We maken het vervolgens niet groter dan nodig.
Jan hoeft zijn leven niet volledig om te gooien. We zoeken naar kleine veranderingen die direct haalbaar zijn.
Een wandeling zonder telefoon.
Een duidelijke grens op het werk.
Niet automatisch overal “ja” op zeggen.
Op tijd stoppen met werken.
Weer iets doen waar hij plezier uit haalt.
En vooral: signalen niet langer wegduwen omdat het nu eenmaal druk is.
Wandelogie als moment van aandacht
De Wandelogie-gesprekken worden voor Jan een moment waarop hij letterlijk uit zijn dagelijkse patroon stapt.
Tijdens het lopen ontstaat ruimte om te praten, na te denken en soms juist even niets te zeggen.
De natuur geeft geen kant-en-klare oplossing.
Maar de wandeling helpt Jan wel om afstand te nemen van zijn dagelijkse drukte en opnieuw te kijken naar zijn eigen keuzes.
Het eerste teken serieus nemen
Na een aantal wandelingen merkt Jan dat zijn reacties veranderen.
Niet omdat hij nooit meer geïrriteerd raakt. Dat zou ook niet realistisch zijn.
Maar hij herkent het eerder.
Wanneer zijn lontje kort wordt, vraagt hij zich tegenwoordig af:
“Wat gebeurt er eigenlijk met mij?”
In plaats van direct te reageren, probeert hij eerst even afstand te nemen.
Soms gaat hij naar buiten. Soms maakt hij een korte wandeling. Soms zegt hij simpelweg:
“Dit is me nu even te veel. Ik kom er later op terug.”
De les van Jan
Een kort lontje hoeft niet alleen een karaktertrek te zijn.
Het kan ook een signaal zijn van langdurige spanning, vermoeidheid en overbelasting.
Wie alleen probeert om de irritatie weg te krijgen, mist misschien de belangrijkste vraag:
“Wat zit er onder die irritatie?”
Wandelogie kan helpen om die vraag letterlijk in beweging te onderzoeken.
Reflectieoefening
Neem na het lezen van het verhaal even de tijd om bij jezelf stil te staan. Je hoeft de vragen niet allemaal direct te beantwoorden. Schrijf op wat als eerste bij je opkomt.
1. Wanneer merk ik dat mijn lontje korter wordt?
2. Tegen wie reageer ik dan het snelst geïrriteerd?
3. Wat speelt er meestal op de achtergrond wanneer ik geïrriteerd raak?
4. Hoe gaat het met mijn slaap en mijn energie?
5. Wanneer heb ik voor het laatst echt tijd voor mezelf genomen?
6. Welke signalen van mijn lichaam of hoofd schuif ik misschien al een tijdje opzij?
7. Wat zou ik vandaag al anders kunnen doen om iets meer ruimte te creëren?
8. Wat zou er kunnen veranderen als ik mijn irritatie niet alleen zie als probleem, maar ook als signaal?
Loop daarna eens een kwartier zonder telefoon en zonder doel. Kijk om je heen en laat één vraag met je meelopen: “Hoe gaat het nu werkelijk met mij?”
